|
Sport: |
Bergbeklimmen
Veel bergtoppen kan men weliswaar niet zonder inspanning, maar toch zonder grote moeilijkheden al trekkend leren kennen. Maar wie zich wil wagen aan klimtochten over rotsen, ijs en sneeuw heeft naast kracht, moed, goede uitrusting en deskundigheid ook een ervaren berggids en gezond verstand nodig. Het zijn niet alleen ervaren bergbeklimmers of gekken, die zich op toppen van twee-, drie-, zelfs vierduizend meter wagen en ze bedwingen zonder hun hals eraan te wagen. Wie nog nooit een berg beklommen heeft moet klein beginnen. Ook de bergen beginnen klein. Beboste bergruggen van het voorgebergte en door koeien afgegraasde weidetoppen gaan vooral aan de noordkant van de Alpen langzaam over in hoge, kale toppen die ten slotte eindigen in de door het ijs bepantserde reuzen van de centrale bergmassieven. Uw bergwandelingen van een halve dag kunt u op dezelfde manier uitbreiden tot dagtochten, die u al boven de 2060-m-Iijn voeren. Het lopen over de rotsen boven de boomgrens en ten slotte in gebieden waar niets meer groeit, heeft een speciale bekoring. De bijzonder heldere lucht, de felle zon en de voortdurend wisselende vergezichten over het dal lonen de moeite van de beklimming reeds gedurende lange tijd voor het bereiken van de top. Maar het geluk van de bergbeklimmers is broos. Gebreken in de uitrusting, een verkeerde taxatie van eigen kunnen, van de moeilijkheden en van het weer kunnen hier sneller dan ergens anders omslaan in tegenslag. Dientengevolge moet u deze aanbevelingen niet in de (berg)wind slaan. Het jaargetijde voor hoge tochten loopt van juni tot september. Ook in mei kunnen toppen van 2000 m al sneeuwvrij en begaanbaar zijn, maar het kan in juni nog flink sneeuwen. Juli en augustus zijn de veiligste maanden. September blijkt voor tochten naar gemiddelde hoogten vaak het meest aangenaam, hoewel er op grote hoogte dan weer gevaar voor sneeuwval is. Het weer is van beslissende betekenis voor het welslagen en het succes van een tocht naar het hooggebergte. Daar is het weer overigens nog onberekenbaarder dan elders. Naderende donkere wolken, plotselinge wind en wolkengevaarten die snel komen opzetten betekenen altijd dat u zich in veiligheid moet brengen. Dat kan misschien de eerstvolgende hut zijn, of het kan betekenen dat u teruggaat naar het dal of de regenbui afwacht in een nis in de rotsen. Boven 2000 m. kan midden in de zomer nog sneeuw vallen en mist en koude zijn nog gevaarlijker. Morgenrood en veranderlijke winden zijn meestal vroege voortekenen. Vaak ook klopt de weersvoorspelling precies. In het hooggebergte moet u echter altijd voldoende kleding voor koude en regen in uw rugzak hebben omdat het in de schaduw, 's avonds, en bij wind plotseling merkbaar kan afkoelen. Het vertrekDe berg is voor degene die vroeg opstaat. Wie zich pas door de zon laat wekken haalt de, top al niet meer. U bent er nooit te vroeg, maar al gauw te laat bij. Veel toppen zijn alleen te bedwingen als men voor de ochtendschemering, soms 's nachts al, vertrekt. Zo vertrekt men naar de Piz Bernina (4049 m) in Oberengadin vanuit de Tschiervahut (2580 in) op zijn laatst om 3 uur 's morgens met fakkels en lantaarns om na ca. 9 uren klimmen over de beroemde Witte Kam (Biancograd) de top te bereiken. De middag reserveert men voor het afdalen naar de hut. De tocht over de rotsen naar de ijszone is alleen met touwen, en over het ijs zelf alleen met klimijzers te realiseren. Deze beklimming behoort tot de mooiste van de Alpen. Wie de lust vergaat bij de gedachte aan zulke ondernerningen, die nogal wat slaap kosten, hoeft helemaal nog niet af te zien van tochten in het hooggebergte. Zo kan men bijvoorbeeld vanuit dezelfde hut de Piz Tschierva (3546 in) in drie uur bestijgen zonder klimpartijen. De uitrustingmoet voor het hooggebergte altijd zeer zorgvuldig worden uitgekozen. Een slechte of verkeerde uitrusting is bij het wandelen in het dal alleen maar ongemakkelijk, maar in het gebergte gevaarlijk. Voor bergtochten bestaan voortreffelijke en onverslijtbare uitrustingsstukken. De kunst om u goed uit te rusten is afhankelijk van hoezeer u zich weet te beperken. Want elk pond in de rugzak gaat namelijk ten koste van uw prestaties! Ervaren bergbeklimmers beschikken over een veelzijdige basisuitrusting, die voor elke onderneming doelmatig te combineren is. Over het algemeen komen voor een vakantie in de bergen speciale hulpmiddelen, zoals sneeuwijzers of bivaktent, niet in aanmerking. Ook op alle ijzeren voorwerpen van de echte klimmers en hun uitgebreide uitrusting van rotsboren tot hangmat zullen we hier niet verder ingaan. Wat betreft de uitrusting zijn er echter een paar dingen, die gelden, voor iedereen die in het hooggebergte vooruit wil komen. De tot een ronde bol volgepakte 'aardappelzak' behoort tot het verleden. Brede draagriemen en gordels zijn belangrijker dan een bijbehorend draagstel. Uitstekende haken en ogen kunnen bij het klimmen en passeren van rotspunten fatale gevolgen hebben. De bivakzakdie niets anders is dan een nylon omhulsel voor een of meer personen, weegt slechts een paar gram en behoort tot de verplichte standaarduitrusting voor noodgevallen. Wie hem niet meeneemt omdat hij hem waarschiinlijk nooit nodig heeft, is onverstandig. De eenpersoonsbivakzak bestaat ook in een uitvoering die over de rugzak als regencape kan worden gedragen. Een goede aanvulling op de uitrusting is een reddingsdeken met isolerend materiaal voor noodgevallen en tegen de koude. Klimijzers en ijshouweelzijn voor de veiligheid op de gletsjer en niet voor waaghalzerijen. Het beste is net goed genoeg. Beide hulpmiddelen kunt u ook van gidsen huren. LijnEen dun touw van 20 of 30 meter dient niet orn te klimmen maar is slechts voor de veiligheid. U moet leren om met het veiligheidstouw om te gaan. Proviandneernt helaas erg veel plaats in in de rugzak. ledereen zweert bij zijn eigen samenstelling. Die moet men stukje bij beetje uitproberen. Volkorenbrood is beter dan wittebrood, gedroogde vruchten beter dan suiker in welke vorm dan ook (vitamine-B-rovers!). De verpakking moet zo licht mogelijk zijn. Maar dat geldt ten slotte voor de hele uitrusting. Als u nu door alle aanbevelingen en waarschuwingen de moed verloren heeft en bang bent dat u niets goed zult doen, neem dan een berggids! Die vertelt u misschien hetzelfde, maar hij doet dat heel leuk en stukje bij beetje. Hij neemt bovendien de verantwoordelijkheid voor uw bergavontuur over. U behoeft zich niet te bekommeren om tal van dingen die in elk geval in het begin of bij tochten hoog in de Alpen het plezier bederven. De berggids laat u ook zien hoe u met de klimijzers, het veiligheidstouw en de ijshouweel moet omgaan als u de tocht over het gletsjerijs wilt wagen. Uw rugzak draagt hij niet. Het hooggebergte van de Alpen is toeristisch ontsloten als geen ander gebergte op deze aarde. Wegen en bergsporen, uitgezette en met stalen kabels beveiligde voetpaden, maar ook een netwerk van schuilhutten tot ver boven de boomgrens en meertalige, goed opgeleide berggidsen maken het de toerist gemakkelijk bij het bestormen van de top. In het hooggebergte kan elke dag een onvergetelijke belevenis zijn. Maar moed en een flinke dosis gezond verstand horen gewoon bij een bergvakantie.
|
© 2007 Alle rechten voorbehouden. Het is niet toegestaan om zonder schriftelijke toestemming van de auteur de inhoud van deze site op welke wijze dan ook te copiëren. Bij overtreding worden juridische stappen ondernomen. In geen enkel geval kan de auteur aansprakelijk worden gesteld voor de schade door de inhoud van deze site.